Oude liefde roest niet, maar schuurt wel

Oude liefde roest niet, maar schuurt wel

Risicomanagement (RM) is een oude liefde van mij. En dan bedoel ik niet het dichttimmeren van alle risico’s of het dogmatisch volgen van een periodiek RM-proces. Dan bedoel ik het vanuit de strategie bewust afwegen welke risico’s je als organisatie wel en welke je niet wilt lopen en kunt dragen.

Laatst bezocht ik een gratis concert in een open bos met een drijvend podium in een kleine vijver. De tribunes boden niet genoeg plaats, maar er was ruimte genoeg om voor en naast de tribunes in het gras te zitten. Actieve heren met de woorden “crowd controller” op hun T-shirts hielden echter, zij het met moeite, alle grassprieten keurig recht. Er mocht daar niet gezeten worden “van de brandweer”. Dus stond een deel van de toehoorders achter de tribunes, dicht op elkaar op het doorgaande pad, van de muziek te genieten.

Bij het aanschouwen van dit tafereel gingen mijn gedachtes richting risicomanagement. Welk risico wordt beperkt als er geen mensen in het gras zitten? Is dat, het veilig kunnen wegkomen bij een bosbrand, blikseminslag of bij instortende tribunes? Of verdrinking in de ondiepe vijver, of juist onwel wordende bezoekers? Is het niet-in-het-gras-zitten de beste maatregel om de kans of impact van het betreffende risico te beperken? Wat zijn de alternatieve mitigerende maatregelen voor dit risico en welke nieuwe risico’s worden gecreëerd door de mogelijk alternatieven1?

Hoe is de maatregel niet-in-het-gras-zitten tot stand gekomen? Moest het gras ongeschonden blijven voor mooie filmopnames en vonden de crowd controllers “mag niet van de brandweer” een handige middel om hun opdracht uit te voeren? Is het een standaard vergunningsvoorwaarde? Heeft de brandweer in de voorbereiding ter plekke een risico-afweging gemaakt of is een standaard protocol voor festiviteiten-met-tribune gebruikt?

Vaak worden risicos beperkt met normen, protocollen of processen voor vergelijkbare situaties. Als de feitelijke situatie (festiviteit-met-tribune in een open bos) afwijkt van de situatie waarop de norm, protocol of proces is bepaald (festiviteiten-met-tribune), of wanneer de omstandigheden ter plekke wijzigen (mensen gaan op het pad staan) kunnen bij het gebruik van dergelijke normen, protocollen of processen de risicos juist worden vergroot of kunnen nieuwe risicos ontstaan. Zonder de bij dit concert gemaakte afwegingen te kennen, lijkt de kans dat mensen gewond raken doordat bezoekers op het pad staan groter, dan wanneer dezelfde bezoekers in het gras zitten2.

Natuurlijk moeten risico-mitigerende maatregelen worden nageleefd. Daar zijn ze voor bedoeld. Maar wat als deze maatregelen in een bepaalde situatie contraproductief zijn? Wie ter plekke constateert dit én durft dan af te wijken van betreffende maatregel3? Wanneer het managen van risico’s verandert in het gedachteloos opvolgen van normen, protocollen en/of processen gaat het schuren en schiet het zijn doel voorbij.

Hoe groot is de kennis van en ervaring met het beheersen van risico’s op het uitvoerende niveau in uw organisatie?

1 Veel risico mitigerend maatregelen kosten tijd of geld, of creëren een nieuw risico. Het nieuwe risico (kans en/of impact) moet dan kleiner zijn dan het oorspronkelijke risico wat men wil afdichten. Of het nieuwe risico moet een soort/type risico wat men wel wil lopen (risk appetite) en/of kan lopen, in tegenstelling tot het oorspronkelijke risico.
2 De natuurlijke vluchtroute van veel mensen is de weg die ze gekomen zijn, ook als er andere vluchtroutes zijn.
3 Het afwijken van regels creëert vaak allerlei nieuwe risico’s.

YOU need to change!

Despite all efforts various surveys still support Kotter’s claim that around 70% of all change efforts fails. Several articles backed this up, with larger projects more likely to not completely meeting the objectives as planned.[*] Recently I was presented one of these surveys which showed that, – according to CIO’s-, “resistance by employees” was the … Continue reading “YOU need to change!”

Despite all efforts various surveys still support Kotter’s claim that around 70% of all change efforts fails. Several articles backed this up, with larger projects more likely to not completely meeting the objectives as planned.[*] Recently I was presented one of these surveys which showed that, – according to CIO’s-, “resistance by employees” was the number one reason for change efforts to fail during implementation.[†]Change blog1 - Steven
Lees verder YOU need to change!

Artifical Intelligence and Workforce Adoption in Finance

Latest developments in the area of Robotics, Machine learning and Natural Language Processing can be considered as “narrow AI” compared to “general AI”.  General AI refers to computers/machines which are able to solve many different types of problems like humans can, for example a machine playing Go cannot play chess at all and vice versa. Narrow AI is defined as “a machine-based system designed to address a specific problem (such as playing Go or chess)” (Kiron 2017). General AI applications do currently not yet assist, or are not publicly known. It is expected that general AI will not be realized in the near future.

Lees verder Artifical Intelligence and Workforce Adoption in Finance

Lean warehousing: easy analysis, hard implementation

WarehouseTwo weeks ago, our colleague Jasper Veurink posted his blog about warehouse automation. More than half of the Top-10 food retailers in the Benelux have now automated parts of their warehousing operations or are working on it[1]. These are exciting projects and the automation industry is booming: companies such as Vanderlande, Dematic and Witron are growing rapidly. On the other hand, according to Peerless Research Group, 42% of all the warehouses are still mainly manual and 51% is a mix of automated and manual processes. The shortage of labor is increasing the need to rethink the labor-intensive warehousing operations. But what if you are not ready to make that big investment, or you feel that there should be ways to optimize that manual way-of working? And without doing this first, will you ever harvest all benefits from the automation investment?

Therefore, we share a pragmatic Lean methodology in conventional warehousing which you can use to check where you stand in your conventional warehouse. If you would invest time in optimization according to the methodology, you will be in a much better position to move forward. And you can always revisit your business case for automation and see what the newly reached productivity numbers have done to your ROI. The challenge with this is that the analysis is the easy part. Making the actual improvement is the hard part.

If you want to learn more about the theory of Lean, we recommend that you read “The machine that changed the world” (James P. Womack, 1990), “The Toyota Way” (Jeffrey Liker, 2004) and “Lean thinking” (James P. Womack and Daniel T. Jones, 1996). These 3 books together will give you a thorough background of what Lean means, what it does and why. Our ideas are based on these principles, but translated into a pragmatic approach.

5-touch warehousing

Our approach is based on the so-called 5-touch warehouse process. This is the operational model for a warehouse with a buffer stock and picking operation. In 5-touch-warehousing goods are received (1), put-away in storage (stored; 2), replenished to a pick location (3), picked (4) and finally loaded (5). Hence the five touches. Warehouses that apply other flow types can apply less or more steps in their processes or certain steps such as put-away and replenishment can be explained differently. In the end, also these warehouses can still follow the logic.

Lean warehousing philosophy: remove the 7 forms of waste

The Lean philosophy tells us that we should remove waste (or Muda in Japanese). Waste is generally described as activities that do “not add value to the customer” and comes in 7 ways:

– Excess Inventory (too much stock)
– Waiting (too much time between process steps or stops within the process)
– Movement (movement (of the operator) within a process)
– Defects (errors, mistakes, re-work needed)
– Transport (of goods between process steps)
– Over-processing (too much handling/ steps for the same result)
– Over-production (too much work being done)

Analysis: the easy part

If we look for the 7 wastes in the 5 touches, we have 35 areas to investigate. This is the easy part of your project. Simple put the 5 processes under the microscope and check if you see excessive stock, operators or goods waiting, movement that can be simplified, and so on. Start at reception and work your way through the warehouse.

Most apparent examples: waiting

Since picking can be 40-60% of the work and is therefore the most labor-intensive activity in the warehouse (Tompkins et al. 2003) the most apparent example of improvement potential is shown when the operators in this team are waiting. A first action is to check and improve the forecasting of the work (total volume per day and fluctuations across the day), and planning of the workforce. Secondly, the picking process should be prioritized over the other processes. For example, the replenishment process should be organized in such a way, that a picker is never waiting for stock in the pick location. This can be done by letting the WMS prioritize the replenishment assignments and planning enough resources in this team. In the case that goods are not available in bulk storage for replenishment, the order line(s) should be removed from the picking assignment. Thirdly, congestion between pickers and other operators should be avoided by workload planning across the processes.

Movement and transport in picking

The second priority of Lean optimizations should be in the picking movement and transportation. Again, because picking is most labor intensive, the routing of the picker before, during and after the picking should be shortened as much as possible. This means that both the routing as well as the length of the pick-run should be well thought-through (routing strategies will differ per type of operation). This has also implications for the type of pick locations, the start- and end-point of the pick-run, the drop-off points, printers, etc. During the picking, taking the goods from the pick face should be made as easy and comfortable as possible for the picker. Finally, an important consideration is that if the picker could take goods for multiple orders and/ or customers during one pick run, he or she can benefit the most from the distance that must be travelled anyway.

Excess inventory

As third priority, we would like to mention excess inventory across the warehouse. As a start, excess inventory in the reception area (more incoming goods during a certain period than the warehouse can properly absorb) will create a snowball effect of inefficiencies. It will become more and more complex to perform solid checks on the incoming goods and perform proper put-away. When the checking comes under pressure, more mistakes will be made (defects) and corrective actions are needed (over-processing). It also will be more difficult to maneuver with the goods, making the following processes less productive.

Following upon reception, excess inventory in storage limits the possibility to find the optimal location for goods. Therefore, it means that goods are stored far away from the reception, picking and loading area, creating excess transportation. It can also force the warehouse team to relocate goods from time to time, because the space is needed for other goods, which implies a form of over-processing.

Finally, excess inventory in the loading area finally is a signal that the integrated throughput planning in the warehousing is not functioning well. This means that goods arrive too early in the loading area, blocking docks for a longer period than strictly necessary. So-called “Just-in-time” planning is not working properly. The indirect effect is that other loads are positioned at docks that could be far away from the picking zone, creating excessive transport (similar to what happens in the reception area). What also could happen is that orders are changed or even cancelled during the waiting, which means they must be put back into storage or partially repicked. This could have been avoided by starting at a later moment.

How to improve? The hard part

After analysis of the 35 possible improvement areas, the hard part of implementation and change starts. The analysis can be done rather isolated from the operation but for the improvement you will need the entire team. This will be an organizational change project that will potentially encounter all difficulties that such projects do. On top, there are additional challenges: logistics is predominantly a slim-margin business, and still not always regarded as a strategic advantage (despite all efforts from the supply chain community to explain this). Therefore, managers are reluctant to add specialized resources and budget to drive the project. This means that the project will have to be done by the team itself with limited or junior resources. Additionally, the industry has a strong tendency to be happy enough with “good” rather than “great” and Jim Collins has already taught us that “good is the biggest enemy of great”. Finally, improvement projects must be a top-to-bottom & bottom-to-top thing and can (depending on the maturity state) last multiple years. This means that strong and continuous support from the top is needed for a long period, trusting that this will pay off.

KPIs

Besides the actual improvement ideas, each improvement program should start with measuring the current KPI-scores. This measurement starts with the service level KPIs such as on-time-in-full (OTIF) and accuracies on picking and stock; the quality KPIs. The quality KPIs indicate how well your operation is running. Second, measure the productivity KPIs, generally explained as output divided by input (how many working hours do you need to receive, put-away, replenish, pick and load the goods). Start with the critical processes like picking and replenishment and display the KPIs as openly and clearly as you can so that nobody will be able to miss them. Also discuss these KPIs every day with the entire team during short and intensive stand ups (do not keep this to the management team alone, but include all operators). If you don’t measure the KPIs from early on, you will not be able to explain and/ or understand the impact of your program.

Continuous improvement

Once the as-is performance is clear, idea-generation is the first step in continuous improvement (Kaizen in Japanese). Each team member should be allowed and motivated to come forward with ideas (big or small). This engagement is probably the hardest part of the implementation. But the more the team itself comes forward with ideas, the easier the implementation will be. An improvement program leader should provide feedback on all ideas openly: which one’s will be implemented and which will not (yet) and what is the status. The bottom-up idea gathering is critical to engage the entire team on the performance. Once the ideas come forward in a more proactive way, work with an open idea board and incentivize the best ideas with recognition and/ or small rewards. Make sure the top management is connected to the shop floor and pro-actively approaches all team members for suggestion. These walks on the shop floor (so called Gemba-walks) ensure that everybody understands working on the performance is a team effort.

There are multiple ways to select priority improvement areas. A first step can be to consider the impact and complexity of each optimization idea and select the high-impact low-complexity ones to start with. This will most likely make you start at the picking process. If you will find that the other processes (specifically replenishment) are important enablers of successful picking, you might want to start there. Finally, it can also be an option to follow the goods, starting with reception and ending at the loading process.

Paul Hehenkamp is managing consultant supply chain management at RGP. He can be reached at paul.hehenkamp@rgp.com

[1] Publicly known to be working with/ on partial or full automation: Albert Heijn, Colruyt, Delhaize, Jumbo, Lidl, Plus. Not publicly known to be working with/ on automation: Aldi, Carrefour, Detailresult, Sligro

Automatisering DC in de Food Retail: Waarom interessant en wie helpt hierbij?

Kijk naar buiten door je autoraam op de snelweg en de kans is groot dat je een bouwdepot ziet voor de aanleg van een nieuw DC. Reden is dat er flink geïnvesteerd wordt in ontwikkeling van nieuwe DC’s. Vastgoedverlener Savills laat dit ook zien in een onlangs gepubliceerd rapport over investeringen in nieuwe DC’s in Nederland. 2017 laat een groei zien van 20% – 25% in vergelijking met 2016. Daarnaast is de groei in oppervlakte (m2) ook significant hoger ten opzichte van afgelopen jaren.

Lees verder Automatisering DC in de Food Retail: Waarom interessant en wie helpt hierbij?

Projectmanagement en het bijvoeglijk naamwoord ‘goed’

Goed projectmanagement. Een goede projectmanager. Een goede verandermethodiek. Ze helpen organisaties geplande veranderingen door te voeren. Maar wat is goed projectmanagement dan? Wat is een goede projectmanager? (Nog even los van de vraag: Wat is een goed project?). Om zinvolle antwoorden op deze vragen te vinden moeten we eerst “goed” definiëren en het definiëren van dit bijvoeglijk naamwoord is misschien zelfs lastiger dan het vervolgens beantwoorden van de vragen.

Een goede kop koffie in de ochtend is anders dan in de avond. Goed weer in augustus op het Terschellinger strand is anders voor een kitesurfer dan voor een badgast. Hoe het beste een gewenste verandering te bereiken is al even situationeel. De standaard methodieken voor veranderen en verbeteren als waterval, scrum en lean hebben allemaal hun sterke en zwakke kanten. Hetzelfde geldt voor standaard projectmanagement methode, governance, processen en tools die de verschillende fases van veranderen ondersteunen. Ook al heeft een organisatie één standaard methodiek; het wereldwijd implementeren van een ERP-systeem vereist nu eenmaal een andere aanpak dan het optimaliseren van een lokaal planning proces. Het verbeteren van een proces in een weinig mature omgeving vereist een andere aanpak dan in een vakvolwassen organisatie.

Dus hoe definiëren we het bijvoeglijk naamwoord “goed”? In de ene situatie is veel communicatie nodig om mensen mee te nemen of onrust te voorkomen. In een andere situatie is het slim zakelijk de verandering te communiceren. Soms is een inhoudelijke projectmanager, soms een procesmatige projectmanager beter. Soms heeft een interne projectmanager de voorkeur, soms juist een externe die, zonder rekening te houden met verdere carrière kansen, door een porseleinkast kan bewegen. Oplossingen of standaarden bottom-up of top-down bepalen, formele of een inhoudelijke aansturing; er zijn veel verschillende aanpakken, en evenveel verschillende mogelijkheden om tussentijds bij te sturen. Kortom, binnen een organisatie is “goed” anders voor verschillende veranderingen en ook andersom; voor vergelijkbare veranderingen in verschillende organisaties zal “goed” een andere definitie hebben. Toch zien wij in onze praktijk twee universele kenmerken van goed projectmanagement.

Dedicated

Een project vereist aandacht en tijd van veel verschillende mensen. Een kenmerk van succesvolle projecten is dedicated projectmanagement waarbij de projectmanager zijn of haar denken en doen kan focussen op het project en de verandering. Medewerkers vragen om naast hun reguliere taak een verandering goed te managen; hoe reeel is dit? Dedicated projectmanagement waarbij de projectmanager geen verantwoordelijkheden heeft voor andere business activiteiten en zich kan focussen op de vaak parallelle activiteiten binnen een project en op de mensen in en rondom het project levert veel op.

Situationeel

Binnen de formele projectmanagement processen, governance en deliverables van een organisatie, zal een ervaren projectmanager juist die dingen benadrukken, die instrumenten inbrengen, en het loopwerk doen (de officiële term “stakeholdermanagement”) die nodig zijn om het project te laten slagen. In de praktijk betekent dit een pick en choose uit de ruim gevulde rugzak van een projectmanager om de grootste risico’s te beperken en het projectresultaat te behalen.

Dedicated en situationeel projectmanagement… zijn dat garanties? Nee, natuurlijk niet, maar het zijn wel elementen voor succes.

Is Excel nog toekomstbestendig?

Men zou verwachten, gezien de technologische ontwikkelingen van de afgelopen decennia, dat processen en de wijze waarop hulpmiddelen daarbij gebruikt worden bij bedrijven mee ontwikkelen. Ondanks de voortdurende automatiseringsslagen, en de aandacht hiervoor, blijven bepaalde processen achter bij deze ontwikkelingen. Het gebruik van Microsoft Excel spant daarbij de kroon. Lees verder Is Excel nog toekomstbestendig?